Leesonderwijs

Technisch lezen en spellen.
Functioneel lezen is een behoorlijk ingewikkeld proces. Met functioneel lezen bedoelen we dat je niet alleen weet hoe je letters tot woorden kunt maken, maar ook dat je weet wat je leest. Lezen is van groot belang voor onze leerlingen, want het maakt dat ze meer onafhankelijk kunnen leven. Als een leerling kan lezen en weet wat het leest, kan het bijvoorbeeld een recept lezen en hiervoor een boodschappenlijstje maken. Vervolgens kan het de stappen van een gerecht gaan uitvoeren. Maar ook ondertiteling van ene favoriet programma of een studie- of vrije tijd boek lezen behoort dan tot de mogelijkheden. 
Bij technisch lezen en spellen kunnen echter verschillende problemen ontstaan, zoals onvoldoende letterkennis, de eerste letter vergeten, te lang spellend lezen of globaal lezen, problemen met het lezen van lange woorden en problemen met het schrijven van open en gesloten lettergrepen.

Zo Leer je Kinderen Lezen en Spellen.
Het doel van de door ons gebruikte methodiek ‘Zo Leer je Kinderen Lezen en Spellen’ is de effectiviteit van het lees-spellingonderwijs te vergroten door de leerlingen een preventieve instructiemethodiek aan te bieden, zodat bovenstaande problemen voorkomen worden.
De methodiek richt zich op zowel de inhoud en vorm van instructie als op het modelgedrag van de leerkracht. Binnen de lessen staan oefeningen centraal die direct met het lezen en spellen te maken hebben: er worden flink wat leeskilomters gemaakt. De les heeft iedere dag dezelfde opbouw, zodat de leerlingen iedere dag de stof herhaald krijgen: de kracht zit juist in die herhaling.

Wat zijn de kernpunten van de methodiek?
Er is een heldere, eenduidige, stapsgewijze instructie bij elk onderdeel om falen te voorkomen. Daarna volgen inoefening en gerichte feedback. Op deze manier ervaren de kinderen succes, wat een belangrijke motivatie is om plezier in het leren te hebben en te houden.
De aanpak is groepsgewijs, maar differentiatie vindt binnen elk onderdeel plaats naar bijvoorbeeld moeilijkheid van woorden of zinnen of meer of minder visuele of motorische ondersteuning.
Spelling krijgt vanaf het begin evenveel aandacht als lezen. Het leren schrijven van woorden vraagt eigen instructie- en oefenmomenten. Er wordt niet meer ‘gehakt’ en ‘geplakt’, maar er wordt ‘zingend’ gelezen: spellend lezen, vaak een groot probleem voor onze leerlingen, wordt zo voorkomen. Woorden worden geordend op overeenkomstige lees-schrijfwijze met daaraan gekoppeld een regel of denkwijze. 

Klankgebaar.
Bij het aanleren van de letters gebruiken we een gebaar. Motorische beweging is een belangrijke ondersteuning om letters te leren.
De leerlingen kunnen een klank sneller bij een teken oproepen als ze een gebaar kunnen maken. Bij elke nieuwe letter die wordt aangeleerd leren we meteen het bijbehorende gebaar. De leerkracht doet het gebaar duidelijk voor. De leerkracht staat met het gezicht naar de leerlingen en moet daardoor de gebaren in spiegelbeeld voordoen. De gebarenhand voor de leerkracht is de rechterhand en voor de leerlingen is het de linkerhand. De leerlingen maken het gebaar voor zich zodat ze de vorm van de letter kunnen zien.
Bij de tweetekenklanken maakt de leerkracht eerst met de rechterhand (leerling links) het eerste teken en dan het tweede teken met de linkerhand (leerling rechts).